Historie DAF personenauto's

Het begin

Op 1 april 1928 begonnen Hub en Wim van Doorne in Eindhoven (Nederland) een machinefabriekje met de naam Commanditaire Vennootschap Hub. van Doorne's Machinefabriek, nadat zij eerder al in hun ouderlijke woonplaats Deurne (Nederland) in dienstverband werkzaam waren geweest op dat vlak. Zij vervaardigden constructiewerk, hetgeen leidde tot de bouw van opleggers.
In 1930 werd de fabriek in Tuindorp in bedrijf gesteld. Aanvankelijk vervaardigden zij opleggers en aanhangwagens, vanaf 1934 onder de naam: Van Doorne's Aanhangwagen Fabriek, oftewel afgekort D.A.F.. In 1936 werd de DAF-losser voor het overladen van spoorweglaadkisten op de markt gebracht, alsmede de tradoconstructie voor militair gebruik. Hiermee kon een vierwielige auto in een zeswielige veranderd worden. Ook produceerde men reeds pantserwagens.

In 1949 werden de eerste vrachtwagens geproduceerd, het betrof een aantal van ongeveer 150. Van het Nederlandse leger ontving men grote orders: zo bouwde men vanaf 1953 grote series vrachtwagens. Verder werden allerlei vindingen gedaan, zoals de roltrommel vuilniswagen en een uitschuifbare motor.

De eerste stappen naar autoproductie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Hub van Doorne een dwergautootje ontwikkeld, bijgenaamd de regenjas, waarin Hub's ideaalbeeld van een kleine auto voor het volk naar voren kwam. De auto werd nooit in serieproductie genomen; het enige prototype werd aan een circus verkocht. Later kwam het in het DAF museum in Eindhoven (Nederland) terecht.

De eerste modellen (A-body)

Nadat Hub van Doorne de Variomatic uitvond (bijnaam: Het Pientere Pookje), besloot men in 1953 ook personenwagens te gaan bouwen, om de Variomatic daadwerkelijk te kunnen gebruiken. Volgens de Van Doornes moest het een klein autootje worden. Ingenieur Van Brugghen kreeg de technische leiding van het project, Willem van den Brink zorgde voor het ontwerp. In februari 1958 toonde DAF de wereld een volwaardige, fraaie 4 à 5 persoons auto met automatische transmissie, de beroemde Variomatic, en met een zelf ontwikkelde 2-cilinder 4-taktmotor. De Variomatic was een continu variabele transmissie met twee rubberen riemen die tussen twee schijven traploos nieuwe overbrengingsverhoudingen realiseert. Het was de eerste continu variabele transmissie voor auto's die ooit in productie werd genomen.

De Daf 600 (1959) was de eerste DAF personenauto. Bij de presentatie op de AutoRAI was de auto nog niet helemaal productierijp maar toch werden er al 4000 orders geplaatst. De opvolger van de 600, de Daf 750 uit 1961, kreeg een zwaardere motor omdat 22 pk toch wel erg mager was. Naast de 750 werd in 1961 het type Daffodil gepresenteerd. De auto werd in 1963 en 1965 lichtjes bijgewerkt; de modellen kregen de typenummers Daf 31 respectievelijk Daf 32, maar werden bij hun introductie eveneens Daffodil genoemd. Bij de Daf 33 (1967) werd hier van afgestapt.

Groei in modellen en volume (B-body)

De behoefte naar een grotere DAF personenauto groeide, dus ging men op het hoofdkantoor in Eindhoven aan de slag voor een verbreding van het DAF-personenwagen programma. De Italiaanse ontwerper Giovanni Michelotti, van wiens hand verschillende fraaie Triumphs en BMWs kwamen, kreeg de taak om een geheel nieuw model te ontwerpen (de uiteindelijke B-body). Zijn eerste DAF ontwerp werd de fraaie en elegante Daf 44 (1966) in de varianten Sedan, Combi en Bestel.
 
Verdere uitbreiding volgde met de Daf 55 in 1967. De 55 gebruikte als basis de Daf 44 maar werd uitgerust met andere uiterlijke kenmerken, andere ophanging en een sterkere motor. In plaats van de 850cc luchtgekoelde 2-cilinder boxermotor uit eigen huis werd een 1100cc 4-cilinder lijnmotor (Renault Cléon Fonte) in het vooronder van de 55 gehuisvest.
 
De 55 verscheen eerst als Sedan, in 1968 volgden de carrosserievarianten Stationwagon en Coupé. De Coupé verschilt vanaf de (verkleinde) voorruit en had deuren zonder raamstijl.
 
Om het sportieve imago en de successen van DAF in de London-Sydney Marathon te benadrukken werd een pakket ontwikkeld voor 'de sportieve DAF rijder': de Marathon opvoerset die de prestaties van de 55 verbeterde. Bij aanvang was dit een (prijzige) set die de erkende DAF dealer kon monteren, vanaf 1971 werd het Marathon pakket af-fabriek geleverd.
 
De ingrijpend gefacelifte Daf 55 werd in 1972 als nieuw model in de markt gezet, de Daf 66. Dé noviteit van de 66 was een de Dion-achteras, welke ook in de Daf 46, Volvo 66 en Volvo 340 zou worden gebruikt. Daarnaast werd de Variomatic sterk gewijzigd en het interieur kreeg een nieuwe uitstraling. De 66 kreeg dezelfde 1100cc Renault motor en verscheen als Sedan, Stationcar en Coupé. Vanaf 1973 kwam er een nieuwe Marathon variant op de markt: de Daf 66 1300 Marathon met meer vermogen en enkele veiligheidsvoorzieningen.
 
Al vanaf de 44 werd een prototype voor een licht legervoertuig ontwikkeld (44YA), en doorontwikkeld als prototype 55YA, maar pas in 1974 werd de 'jarretel jeep' na een grote order van het Nederlandse leger uitgebracht als 66YA. In datzelfde jaar verscheen de Daf 46 (1974) die de 44 opvolgde en de laatste échte DAF personenauto werd. De Daf 46 had een éénriems Variomatic en was leverbaar als Sedan en Stationcar.
 

Overname door Volvo

Begin jaren 70 had DAF het zwaar als zelfstandig producent van zowel personenauto's als vrachtwagens. Ondanks het groeiend volume en aantal afzetmarkten van de personenauto's bleef DAF ten opzichte van andere automerken relatief klein. DAF kreeg het advies om deze takken te splitsen. In Volvo vond DAF een koper die in 1975 de personenauto-tak kocht, om met behulp van het gemodificeerde model Daf 66 haar modelgamma naar onderen uit te breiden. De vrachtwagen-tak ging onder eigen naam verder.

Volvo voerde enkele uiterlijke- en met name veiligheidsverhogende veranderingen toe aan de Daf 66 en doopte deze Volvo 66. De Variomatic transmissie werd door Volvo hernoemt naar CVT (van 'continu variabele transmissie', Engels: continuously variable transmission).

Een in eigen huis onder projectnaam P900 ontwikkeld prototype voor een grotere auto, de beoogde Daf 77, werd door Volvo verder ontwikkeld en in productie genomen als Volvo 343. Dit model evolueerde in de Volvo 340/360 en werd een succes met 1.139.689 geproduceerde exemplaren. In 1991 stopte de productie; het laatste exemplaar was voorzien van een CVT-aandrijving. Met andere woorden, een door DAF ontwikkelde personenauto met Variomatic transmissie vormde een afsluiting van decennialange productie van DAF personenwagens.
 

 

Tot slot

Houdt het hier dan op? Absoluut niet! Door onder andere DAF Club Nederland en vele enthousiastelingen is er wereldwijd veel aandacht voor DAF personenauto's met Variomatic en Volvo's met CVT.

DAF Club Nederland houdt Dafs* rijdend!

*en Volvo's met CVT

 
 

Alles weten over de geschiedenis van de individuele DAF personenauto's, prototypes, activiteiten in de autosport en marketing?

Lees het boek Ongekend Talent - De DAF personenwagen, een 255 pagina's tellend naslagwerk uitgegeven door DAF Club Nederland!

Boek Ongekend Talent: de DAF personenwagen

 

 

 

 

 

 

Commanditaire Vennootschap Hub. van Doorne's Machinefabriek in Eindhoven

 

 

DAF 'de regenjas' prototype uit het DAF Museum

 

Historie - Daf 600 op de AutoRAI

 

Historie - Daf 44 (B-body)


Historie - Daf 55

Historie - Daf 66 Marathon


Historie - Volvo 66

Historie - Daf 77 (P900) prototype wordt Volvo 343