Aankooptips

Je hebt interesse in een eigen DAF en gaat op zoek naar een mooi exemplaar. Waar moet je dan op letten? Op deze pagina geven we je tips om je zoektocht te starten.  We onderscheiden specifiek de A-body (Daf 600, 750, Daffodil en 33), de B-body (Daf 44, 46, 55, 66) en latere Volvo's met Variomatic.

 

Daf 600, 750, Daffodil en 33 (A-body)

 

Carrosserie

Inspecteer de auto goed op roest. Beruchte plaatsen zijn de voorspatborden en de portieren. Nieuw aangemaakte spatborden zijn sinds kort weer volop leverbaar door het DAF Club Nederland magazijn. Bij de portieren de onderkant bekijken, zijn de afwateringsgaatjes nog open? Controleer vooral ook goed de bodem, zowel van buiten als binnenin de auto. Til de vloermatten op en bekijk met name de voorste wielkasten, maar ook onder de stoelen.

Verder zijn de kriksteunen bekende zwakke plekken, in geval van twijfel kun je proberen de auto op te krikken. Gaat de krik steeds verder omhoog maar blijft de auto (krakend) staan, dan weet u genoeg.... Bedenk dat een goudeerlijke roestplek meer betrouwbare informatie geeft over de conditie van de auto dan overgeschilderde plamuurplekken! Dit geldt ook voor overmatig gebruik van tectyl en/of bitak. Hier kunnen hele vervelende verrassingen onder verborgen zitten!

 

Motor

Een zwak punt van de tweecilinder motor is het inlaatspruitstuk. De kleine pijpjes naar de warmtewisselaar en de dwarsdemper moeten aangesloten zijn en mogen niet lekken. Een met kit (Gun-Gum o.i.d.) aangesmeerd inlaatspruitstuk is altijd verdacht. Vervangen is kostbaar! Controleer voorts ook de warmtewisselaars, met name het linker exemplaar. Het opstaande pijpje naar het inlaatspruitstuk is vaak doorgeroest. Vervangen hiervan is eveneens kostbaar. Een motor die geheel in orde is, zal normaal gesproken vlot moeten aanslaan en gelijkmatig moeten lopen.

De motor moet stationair netjes op twee cilinders lopen en mag niet teveel schudden. Onregelmatig lopen kan diverse oorzaken hebben, maar een bekend euvel van de tweecilinder is een verbrande klep. Trek bij stationair lopende motor om de beurt één van de bougiekabels los. Bij merkbaar verschil of afslaan van de motor is de betreffende cilinder in orde. Indien geen merkbaar verschil in het lopen van de motor is er in de betreffende cilinder iets mis. Overtuig jezelf er voor de zekerheid van dat de bougie vonkt. Wanneer dit het geval is, is er waarschijnlijk een klep lek. Vervangen is niet kostbaar, maar is goed voor een aantal uren sleutelplezier. Indien je twijfelt, of 100% zekerheid wilt, voer dan een compressietest uit.

Elke motor “zweet” iets, een beetje vettigheid op het motorblok is dan ook niet meteen een reden voor ongerustheid. Integendeel: een overdreven schone motor is vaak verdachter dan een iets vettige. Controleer wel of de motor niet overmatig olie lekt, bekende plaatsen bij de tweecilinder zijn de oliekeerringen, de afdichtingen van de stoterstangpijpjes en de oliedrukschakelaar.  
 

Wielophanging

De dwarse bladveer voor mag niet zijn doorgezakt. Tussen het rubber en de veer moet minimaal een duimbreedte aan ruimte zitten. Controleer de stuurkogels op speling door iemand zachtjes met het stuur op en neer te laten draaien, en uw vingertoppen op de stuurkogel te leggen. Het controleren van de fusee-kogels is wat lastig zonder brug en koevoet. Let echter wel op of de afdichthoezen hiervan niet gescheurd zijn!

Voor zover mogelijk: controleer de draagarmen van de achterwielophanging op eventuele scheuren. Krik de auto achter op en controleer of de achterwielen goed vast zitten. Een kleine verdraaiing van links naar rechts is normaal, vanwege de speling in de tandwielkasten. Alle andere spelingen zijn verdacht en ontoelaatbaar, dit kan duiden op uitgeslagen steekassen en remtrommels.

Controleer verder de schokdempers, door de auto stevig in te laten veren, op elke hoek. Bij loslaten moet de auto vrijwel meteen weer stabiel zijn. Wanneer de auto na blijft deinen is de betreffende schokbreker niet meer in orde. Bedenk wel, dat de werking van de achterschokbrekers bij een DAF A-type, vanwege de ongunstige plaatsing altijd matig is.

Remsysteem: Het remsysteem van een DAF A-type is zeer zwak. Houdt bij aankoop rekening met een remrevisie, vooral wanneer de auto langere tijd heeft stilgestaan.  Controleer de hoofdremcilinder op lekkage. Bekijk in de auto ter hoogte van het rempedaal de stift die naar de hoofdremcilinder gaat (door het schutbord). Is het daar in de buurt vet/nat, dan heeft de hoofdremcilinder zijn beste tijd gehad. Een andere manier om dit te testen, is door langere tijd flink druk op het rempedaal uit te oefenen met uw voet. Het rempedaal mag niet wegzakken en moet hard blijven aanvoelen. Wegzakken van het rempedaal duidt op lekkage. Controleer voorts ook de handrem, dit is echter nooit het sterkste punt van een A-type geweest! De werking ervan is dan ook gering.
 

Proefrit

Nu je al diverse zaken optisch hebt gecontroleerd, is het tijd enkele zaken in de praktijk uit te proberen. Oftewel: een proefritje maken. Controleer of de motor goed oppakt en regelmatig loopt. Blauwe uitlaatrook tijdens het optrekken duidt op extreem olieverbruik. Controleer de koppeling op aangrijpen, het aangrijptoerental mag niet te hoog zijn! Bij ongeveer 1200 toeren moet de koppeling gaan slippen en bij ongeveer 2000 toeren moet deze volledig ingeschakeld zijn. Wanneer je veel gas moet geven om van de plek te komen (veel slip) is de koppeling versleten. Koppeling vervangen betekent motor uitbouwen!

De Variomatic moet goed op- en terugschakelen. Vreemde geluiden zijn verdacht. Ook onbalans (trillingen) is niet toegestaan. Bij het accelereren en gas loslaten mag de auto niet naar links of rechts trekken. Is dit wel het geval, dan zit dit probleem hoogstwaarschijnlijk in de riemen. In een erger geval zit het probleem in de Variomatic zelf.  Trek op naar een snelheid van bijvoorbeeld 60 km/uur,  en laat het gaspedaal langzaam opkomen om deze snelheid vast te houden. Hierbij dient het
motortoerental duidelijk hoorbaar omlaag te gaan. De Variomatic schakelt dan naar de “overdrive” positie. Blijft het motortoerental duidelijk hoog (doorloeien), dan is er iets met de aansturing van de Variomatic mis, of in de primaire (=voorste) Variomatic is een membraan of doorvoerpotje lek. Het vervangen hiervan is een klus voor de wat meer geoefende sleutelaar. Reparaties hieraan zijn echter niet kostbaar.

Controleer of de auto goed rechtuit blijft sporen en niet naar links of rechts strekt in het stuur. Controleer tevens of er geen (overmatige) trillingen in het stuur zitten. Controleer de remwerking, door bij 50km/uur flink te remmen. De auto mag hierbij niet scheeftrekken. Controleer verder of er geen abnormale geluiden waarneembaar zijn vanuit de motorruimte of Variomatic. Het laadstroomcontrolelampje mag bij stationair draaien iets opgloeien. Dit komt door de gelijkstroomdynamo (minder capaciteit). Bij iets gasgeven moet het lampje uitgaan.

 

Daf 44 en 46 (B-body)

Carrosserie

Kritieke plaatsen bij deze types zijn de voorspatborden (vlak langs het portier), en bij de koplampen. Voorspatborden zijn zeer moeilijk te verkrijgen. Ook de portieren vergen aandacht, aan de onderzijde, maar ook onder de sierlijsten van het portierraam wil zich vaak roestvorming voordoen. Inspecteer de bodem grondig, en vergeet daarbij de kriksteunen niet. Bij twijfel proberen de auto op te krikken. Indien mogelijk ook in de binnenzijde van de auto de bodem inspecteren, door de matten/vloerbedekking op te tillen. Let speciaal op de voorste wielkasten (verbindingsnaad met de bodem), en de kriksteunplaatsen.

De achterschermen achter het achterwiel (kontjes) zijn een beruchte plek. Nieuwe binnen- en buitenkontjes zijn echter weer volop leverbaar door het DAF Club Nederland magazijn. Open de kofferbak en til de kofferbakmat op. In de naad met het achterstuk (waar de achterlichten in zitten) bevindt zich vaak roest. Controleer voorts de bevestigingsbeugels van de benzinetank.

 

Motor

Voor de tweecilinder motor van de Daf 44 en 46 geldt hetzelfde als voor de motor van de A-types, aangezien deze constructief gelijk zijn. We verwijzen je hiervoor dus naar de motor van de A-types.  De motor van de 44/46 is wel wat lastiger uit te bouwen.

 

Wielophanging

De dwarse bladveer aan de voorzijde mag niet zijn doorgezakt. Ook hiervoor geldt dat tenminste een duimbreedte tussen rubber en veer moet zitten. Vervanging hiervan is geen gemakkelijke klus voor een beginnend sleutelaar. Nieuwe bladveren zijn schaars. Controleer de veerdrager, ofwel de koker waarin de veer ligt, op doorroesten.

Controleer de stuurkogels, en indien mogelijk, de fuseekogels op overmatige speling (zie beschrijving bij A-type).

Alleen Daf 44: Aan de achterzijde de draagarmen goed inspecteren op scheuren, vlak bij het scharnierpunt in het midden van de auto. Dit is een zwak punt van de Daf 44. Controleer de steekassen en remtrommels op overmatige speling door de auto op te krikken en de wielen op en neer te bewegen. Iets speling is normaal, door de aanwezige spelingen in de tandwielkast.

Alleen Daf 46: Controleer aan de achterzijde de veerschommels en de ophangpunten aan de carrosserie op roest. De achterasophanging van de Daf 46 (de Dion as) is verder zeer robuust en probleemloos.

 

Remsysteem

Het remsysteem van de 44/46 is kwalitatief veel beter dan van de A-types. Vanaf 1969 is een tweekrings remsysteem toegepast voor betere veiligheid bij een lekkage. Bij langere stilstand kunnen de remmen vast gaan zitten, waardoor e.e.a. gangbaar gemaakt moet worden, of vaak nog beter: vervangen. Controleer bij de Daf 44 of de remstelbouten op de ankerplaten aan de achterzijde niet zijn rondgedraaid. In dat geval dienen deze vervangen te worden omdat de remmen niet meer afgesteld kunnen worden. De Daf 46 is erg gevoelig voor scheeftrekken tijdens het remmen, omdat bij dit type 4 wielremcilinders op de vooras worden toegepast. Afstellen is een preciese en lastige klus. Controleer de hoofdremcilinder op dezelfde wijze als beschreven staat bij de aankooptips A-type.

 

Proefrit

Zie hiervoor de beschrijving voor een proefrit met een A-type. Bij de Daf 46 dien je speciale aandacht te hebben voor onbalans in de Variomatic, aangezien dit type hiervoor erg gevoelig is. Vanwege het differentieel van de 46, zal scheeftrekken tijdens accelereren en decelereren niet te wijten zijn aan de transmissie. Het laadstroomcontrolelampje mag bij stationair draaien iets opgloeien, dit is te wijten aan de gelijkstroomdynamo. Bij iets gasgeven dient het lampje uit te gaan.

Daf 55 en 66 (B-body)

Carrosserie

Zie voor roestgevoelige plaatsen de beschrijving van de Daf 44 en 46. De carrosserie van deze types is gelijk aan de Daf 55, en grotendeels ook aan de Daf 66. De voorschermen van de Daf/Volvo 66 zijn nog volop te verkrijgen, voor de 55 is dit erg lastig. Let bij de coupé uitvoeringen speciaal op roestvorming onder de sierlijsten van de klapraampjes, met name in de hoeken ter hoogte van de ventilatieroostertjes.

 

Motor

De watergekoelde 4-cilindermotoren staan als zeer robuust bekend. In de regel geven deze dan ook weinig problemen. Het koelsysteem verdient wel extra aandacht, problemen hiermee uitten zich vaak in een kapotte koppakking. Controleer het koelwater in de radiateur. Controleer verder ook de waterpomp op speling en eventuele koelvloeistoflekkage. Het vervangen van de waterpomp is een vervelende klus, omdat de boutjes vaak afbreken. 

Controleer de dikke koelwaterslangen naar de radiateur, door erin te knijpen. De slangen mogen niet “hard” aanvoelen, maar dienen flexibel te zijn. De radiators rotten vaak door aan de onderzijde (bevestigingsstrip op koelwaterbak). Controleer de radiateur op vastzitten en op lekkage. Controleer de motorolie en draai de olievuldop van het kleppendeksel af. Veel sludgevorming (z.g. mayonaise) duidt op aanwezigheid van veel vocht in de olie. Oorzaak kan zijn dat er veel korte stukjes gereden zijn.

Controleer de motor op overmatige olielekkage. Een beetje zweten doet elke motor! De motor dient netjes en rustig te lopen, overmatige witte uitlaatrook kan duiden op een lekke koppakking. Overmatig blauwe uitlaatrook betekent olieverbruik. Veel 4-cilinders hebben last van iets lekkende klepseals. Een blauw pluimpje direct na het starten is niet verontrustend.

 

Wielophanging

De voorwielophanging van de types 55 en 66 is bijzonder robuust en kent in de regel geen problemen. Net zoals bij de overige types kun je de stuur- en fuseekogels op speling controleren (zie wielophanging A-type). Controleer ook of de afdichthoezen nog intact zijn. Bij de Daf 55 de achterste draagarmen (pendelassen) controleren op scheuren, vooral bij het scharnierpunt in de lengterichting van de auto. Controleer voorts ook de steekassen en remtrommels (zie ook aankooptips A-type en Daf 44). Bij de achterwielophanging van de Daf/Volvo 66 verdienen de ophangpunten van de veerschommels op de carrosserie bijzondere aandacht, inspecteer deze op roest. Voor de rest is de achterophanging van de 66 bijzonder robuust en probleemloos.

 

Remsysteem

Modellen zonder rembekrachtiging vergen een behoorlijke pedaalkracht, omdat schijfremmen op de vooras zijn toegepast. Krik indien mogelijk de auto op en controleer of de voorwielen goed vrij draaien. Zwaar lopen duidt op vastzittende remklauwen. Ook dichtgeslipte remslangen komen vaker voor; hierdoor blijft de rem ook aanlopen.

De Daf 66 de Luxe is het enige model dat óók trommelremmen op de vooras heeft. Deze zijn kwalitatief minder goed dan de schijfremmen. Controleer bij de Daf 55 speciaal of de remstelbouten aan de achterzijde niet zijn rondgedraaid. In dat geval kunnen de remmen niet meer worden afgesteld.  De DAF/Volvo 66 1300cc uitvoeringen hebben zelfstellende achterremmen.

Controleer de hoofdremcilinder op conditie door langere tijd flink druk op het rempedaal te zetten. Het rempedaal moet hard blijven aanvoelen en mag niet wegzakken. Een wegzakkend rempedaal duidt op remvloeistoflekkage of een lekke hoofdremcilinder (cupjes stuk). Bij langere stilstand gaan de remmen vaak vastzitten, vooral de remklauwen aan de voorzijde. Proefrit: Zie hiervoor de proefrit met een A-type

 

Aanvullende controlepunten specifiek voor Daf 55 en 66

Indien je mankementen constateert aan de koppeling of motor bij de Daf/Volvo 66, waarvoor deze moet worden uitgebouwd, houdt er dan rekening mee dat dit alleen mogelijk is met behulp van een takel. De motor kan er alleen naar boven uit. Bij de Daf 55 kan het hele voorfront verwijderd worden waardoor het uitbouwen een stuk makkelijker is. De Volvo 66 heeft een mogelijkheid tot afstellen van de koppeling. Een hoog aangrijptoerental bij wegrijden hoeft dus niet altijd te betekenen dat de koppeling vervangen dient te worden.

Bij de Daf 55 mag het laadstroomcontrolelampje tijdens stationair draaien lichtjes opgloeien. Dit komt door de gelijkstroomdynamo. Bij iets gasgeven moet het lampje uitgaan.

Bij de Daf/Volvo 66 dien je er op te letten of de laadstroommeter in het groene gebied staat. Indien de meter bij hogere toerentallen in het rode gebied blijft hangen, is de kans reëel dat de dynamo niet voldoende bijlaadt.

De Daf/Volvo 66 is voorzien van een differentieel; scheeftrekken tijdens accelereren en gas loslaten heeft dan ook geen oorzaak in de Variomatic transmissie. Controleer tijdens het rijden de werking van de kachel. Het komt vaak voor dat de kachelradiators verstopt zitten.

Volvo 343/340 met Variomatic

Carrosserie

Bij de Volvo 300-serie dien je ook weer speciaal aandacht te hebben voor de dorpels en kriksteunen. Verder de wielkastranden aan een inspectie onderwerpen. De 340 is speciaal roestgevoelig op de voorbalk bij de radiateur, waar de kentekenplaat op gemonteerd zit. Vroege modellen (type 343) ook speciaal controleren op het voorfront.

 

Motor

De 1400cc motor is qua constructie volledig gelijk aan de 1100cc en 1300cc motoren uit de Daf 55, 66 en Volvo 66. Zie hiervoor dan ook de informatie over de motor voor 55 en 66.

 

Aanvullende informatie Volvo 300

Vanaf modeljaar 1985 is elektronische ontsteking toegepast, waardoor de contactpunt-ontsteking is komen te vervallen. Tevens is vanaf modeljaar 1985 een elektrische koelventilator toegepast, aangestuurd door een thermoschakelaar in de radiateur. Controleer, na de motor te hebben warmgedraaid of de koelventilator ook daadwerkelijk inschakelt. Indien deze niet werkt loopt de motortemperatuur tijdens filerijden of lang stationair draaien te hoog op!

De carburateurs van de 343/340 verdienen speciale aandacht. De moeren waarmee de carburateur is bevestigd, lopen vaak los en tevens zitten de drie tapeinden waarmee het luchtfilter bevestigd is vaak los in de carburateur. 

Controleer of de motor netjes en gelijkmatig stationair loopt. Veel problemen worden veroorzaakt door slechte of niet goed afgestelde carburateurs. Controleer de motor op olielekkage, mogelijke plekken zijn ook nu weer de oliekeerringen en in de buurt van de cilinderkop/kleppendeksel.

 

Wielophanging

Bij de Volvo 300-serie zeer robuust uitgevoerd. De achterwielophanging is gelijk aan de Daf/Volvo 66 (de Dion-as). Ook nu weer geldt: controleer stuur- en fuseekogels op overmatige speling (zie aankooptips A-type). Controleer de werking van de schokbrekers.

 

Remsysteem

Het remsysteem van de 300-serie is zeer goed bemeten voor zijn taak. Met de remmen zijn over het algemeen dan ook weinig problemen. Indien mogelijk kun je de auto opkrikken en controleren of de wielen goed vrijlopen.

 

Proefrit

De motor dient goed op te pakken en gelijkmatig te lopen (zie ook “motor”). Controleer de koppeling, wanneer je veel gas moet geven om weg te komen (veel slip) is de luchtspleet tussen koppelingsplaat en vliegwiel te groot. De Volvo 300 heeft de mogelijkheid om de koppeling bij te stellen, tot op zekere hoogte. Houdt rekening met een koppelingswissel wanneer de koppeling pas bij een hoog toerental aangrijpt. De motor hoeft hiervoor niet te worden uitgebouwd.

Speciale aandacht dien je te geven aan het correct schakelen van de Variomatic. Bij 50 km/uur constant rijden dient het toerental ongeveer op 1800 á 1900 toeren te liggen. Veel Volvo 300’s schakelen niet goed door kleine defecten. De meeste problemen hiermee zijn eenvoudig op te lossen.

Controleer tijdens het rijden alle elektrische functies. Problemen met de elektrische installatie zijn de Volvo 300 niet geheel vreemd. Uiteraard geldt ook nu weer dat de auto tijdens het remmen niet scheef mag trekken en op een vlakke weg goed rechtdoor moet blijven sporen. Zie voor controle van de hoofdremcilinder de beschrijving van het A-type.

 

Technische Commissie DAF Club Nederland

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Inspectie (Daf 600)

 

 

 

 

 














































 

 

 

Inspectie (Daf 66 coupé)